Hersentumoren
Wat zijn hersentumoren
In onze hersenen kunnen tumoren ontstaan. Een tumor is een gezwel dat ontstaat door overmatige celdeling. We kunnen deze tumoren onderverdelen in goedaardige en kwaadaardige tumoren. Goedaardige tumoren groeien niet door in de omgeving en zaaien niet uit in het lichaam. Kwaadaardige tumoren kunnen juist wel in het omliggende weefsel ingroeien en ook uitzaaien. De kwaadaardige tumoren in de hersenen geven echter meestal geen uitzaaiingen. Beide soorten tumoren kunnen aanleiding geven tot verstoorde hersenfuncties.
Welke hersentumoren bestaan er?
Onze hersenen zijn opgebouwd uit steunweefsel en zenuwweefsel, en worden omgeven door de hersenvliezen. Tumoren uit het zenuwweefsel zelf komen heel weinig voor. De meeste kwaadaardige tumoren die in de hersenen ontstaan zijn de tumoren van het steunweefsel. De steuncellen zijn die cellen die het zenuwweefsel steunen, voeden, isoleren, en op hun plek houden. Het zijn de ‘lijfwachten’ van de zenuwcellen. Deze steuncellen noemen we glia-cellen. Een tumor van het glia-weefsel heeft een glioom en deze meeste van deze gliomen zijn kwaadaardig.

De hersenvliezen die om het zenuwweefsel en steunweefsel heen zitten noemen we ook meningen (spreek uit : mee-nin-gen). De tumoren die ontstaan uit de hersenvliezen heten meningioom of meningeoom. Deze tumoren zijn meestal juist weer goedaardig.
De hypofyse (hersenaanhangsel) is een klein orgaan onder hersenen, en speelt een belangrijke rol bij de regeling van de hormonen. Hypofysetumoren zijn zeldzame tumoren die ontstaan in de hypofyse (hersenaanhangsel) en zijn meestal goedaardig.
Bij volwassenen zijn uitzaaiingen (metastasen) de meest voorkomende tumoren in de hersenen. Hersenmetastasen ontstaan niet in de hersenen, maar zijn uitzaaiingen van kanker elders in het lichaam, die zich kwaadaardig hebben genesteld in de hersenen. De kans op de zogenaamde hersenmetastasen is afhankelijk van het soort kanker. In de volgende volgorde komen de hersenmetastasen het meeste voor: longkanker, borstkanker, kwaadaardige pigmenttumoren van de huid (melanoom), nierkanker en dikke darmkanker.
Behandeling
De hersenvliezen die om het zenuwweefsel en steunweefsel heen zitten noemen we ook meningen (spreek uit : mee-nin-gen). De tumoren die ontstaan uit de hersenvliezen heten meningioom of meningeoom. Deze tumoren zijn meestal juist weer goedaardig.
De hypofyse (hersenaanhangsel) is een klein orgaan onder hersenen, en speelt een belangrijke rol bij de regeling van de hormonen. Hypofysetumoren zijn zeldzame tumoren die ontstaan in de hypofyse (hersenaanhangsel) en zijn meestal goedaardig.
Bij volwassenen zijn uitzaaiingen (metastasen) de meest voorkomende tumoren in de hersenen. Hersenmetastasen ontstaan niet in de hersenen, maar zijn uitzaaiingen van kanker elders in het lichaam, die zich kwaadaardig hebben genesteld in de hersenen. De kans op de zogenaamde hersenmetastasen is afhankelijk van het soort kanker. In de volgende volgorde komen de hersenmetastasen het meeste voor: longkanker, borstkanker, kwaadaardige pigmenttumoren van de huid (melanoom), nierkanker en dikke darmkanker.
Onderzoek
In de meeste gevallen zal de huisarts de ‘patient’ doorverwijzen naar de neuroloog, die vervolgens lichamelijk onderzoek zal verrichten. Indien het vermoeden rijst op de aanwezigheid van een hersentumor, zal het lichamelijk onderzoek worden voortgezet door middel van beeldvormend onderzoek. Beeldvormend onderzoek van de hersenen zal gebeuren middels een CT-scan of een MRI-scan. Wanneer dit onderzoek een afwijking toont die verdacht is voor een kwaadaardige hersentumor, dan wordt de patient in het algemeen verwezen naar de neurochirurg. Belangrijk is dus dat de neuroloog diagnosticeert en de neurochirurg opereert (indien mogelijk)
Operatie
Bij de operatie (craniatomie) wordt op een zo veilig mogelijke manier zoveel mogelijk afwijkend weefsel weggehaald. De chirurgische mogelijkheden hangen voor af van de plaats van de tumor binnen de schedel. Soms is alleen een biopsie mogelijk. Bij een biopsie kan slechts een klein deel van het afwijkend weefsel worden weggenomen. In andere gevallen kan juist een groot gedeelte van de tumor worden verwijderd tijdens de operatie. In sommige gevallen kan ook in eerste instantie worden afgewacht. Dit laatste gebeurt wanneer er sprake lijkt te zijn van een relatief goedaardige afwijking in het hoofd. Uiteindelijk kan de juiste diagnose pas worden gesteld door de patholoog-anatoom. Deze zal een stukje van de tumor bestuderen onder de microscoop. Alleen op deze manier kan worden vastgesteld waar het precies om gaat.
Behandelingsstrategie
Nadat de juiste diagnose is gesteld, kan de juiste behandelingsstrategie worden bepaald, die mede afhankelijk is van de tumorsoort van de patient. De behandeling kan bestaan uit ‘aanvullende’ neurochirurgie (operatie), radiotherapie (bestralen) en/of chemotherapie (het toedienen van geneesmiddelen om de kankercellen te vernietigen). Soms wordt er juist gekozen om een afwachtende houding aan te nemen en wordt de patient in eerste instantie niet nabehandeld. Wel blijft de patient nauwlettend onder medische controle.

Behandelaars
De patient en zijn/haar familie zullen te maken krijgen met meerdere artsen: huisarts, neuroloog, neurochirurg, radiotherapeut en oncoloog. Al deze artsen bieden ‘neuro-oncologische zorg’. Het is van enorm groot belang dat de artsen hierbij het overzicht niet verliezen. Ook na de behandeling blijft de patient onder controle. Zo is het nodig om de effecten van neurochirurgie , radiotherapie en chemotherapie te controleren. Ook kan blijken dat de patient voor een langere tijd medicatie nodig heeft, zoals medicijnen tegen epilepsie of hersenzwelling.
Kinderen en hersentumoren
Na leukemie zijn Hersentumoren het meest voorkomende kankertype bij kinderen. Ieder jaar zijn er ongeveer 100 kinderen in Nederland bij wie een hersentumor wordt vastgesteld. Ongeveer 70 procent van de kinderen met een hersentumor ondergaat een succesvolle behandeling, terwijl dit in 1995 nog ongeveer 50 procent was. Een nadeel van de behandeling is wel dat er een grote kans bestaat op nadelige effecten op de lange termijn. Vooral bestralen van jonge kinderen kan veel problemen veroorzaken op latere leeftijd.

De symptomen van kinderen met een hersentumor zijn afhankelijk van de locatie van de tumor in de hersenen. Een tumor kan in principe overal in de hersenen zitten. Uit praktijkcijfers blijkt dat 70procent van de hersentumoren bij kinderen in de kleine hersenen zit. De kleine hersenen zorgen voor een goede coördinatie en evenwicht. Een tumor in de kleine hersenen zal de werking van deze functies ernstig verstoren. Dit kan zich uiten in misselijkheid, braken, hoofdpijn, scheel zien, wankel lopen en vaker vallen. Omdat deze symptomen wel vaker voorkomen bij jonge kinderen is een juiste diagnose bij jonge kinderen vaak moeilijk te stellen. Het vaststellen van een hersentumor kan in dergelijke gevallen soms wel maanden duren.
Wanneer de tumor zich bevindt in de grote hersenen, kan het soms nog veel langer duren voordat dit wordt ontdekt. Toch zijn de symptomen veel specifieker. De plek van de tumor in de grote hersenen en de bijbehorende functie van dat hersendeel, zijn bepalend voor wat er aan de buitenkant te bespeuren valt. Zit de tumor bijvoorbeeld dichtbij of in de oogzenuwbanen, dan zijn er problemen met het zien. Maar omdat kinderen vaak foefjes ontwikkelen om dit op te vangen, kan het soms veel langer duren voordat de arts kan vaststellen dat het om een hersentumor gaat.
Met name het bestralen van jonge kinderen kan vele nadelige gevolgen hebben voor de patient, maar dan op latere leeftijd. Met bestraling behandelde kinderen kunnen zich later bijvoorbeeld minder goed concentreren of worden trager. Bestralingen van de hersenen kan ook de hormoonfuncties verminderen, wat bijvoorbeeld resulteert in problemen met de schildklier. Ook de behandeling met chemotherapie kunnen soms leiden tot slechter zien of horen op latere leeftijd. Artsen zijn druk bezig voor het zoeken van een juiste dosis bestraling en chemotherapie om de nadelige effecten op latere leeftijd te verminderen.





